Flowwijzer
Begrippen

Power Automate begrippen uitgelegd

Power Automate gebruikt eigen woorden. Dit zijn de belangrijkste, met de Engelse term erbij voor als je zoekt of een Engelstalige handleiding leest.

Flow stroom
Een geautomatiseerd proces van een trigger en een of meer acties. In de Nederlandse menu's heet het vaak een stroom.
Trigger trigger
De gebeurtenis die een flow laat starten, zoals een nieuwe e-mail of een vast tijdstip.
Actie action
Een stap die iets doet, zoals een bestand maken, een e-mail versturen of een rij toevoegen.
Connector connector
De koppeling met een app, zoals Outlook, Teams, SharePoint of Excel. Elke app levert eigen triggers en acties.
Voorwaarde condition
Een ja/nee-vraag in je flow. Is het antwoord waar, dan lopen de acties in het vak Waar, anders die in het vak Onwaar.
Dynamische inhoud dynamic content
Gegevens uit eerdere stappen die je in latere stappen kunt gebruiken, zoals de afzender van een e-mail of de naam van een bijlage. Je kiest ze met de bliksemknop naast een veld.
Lus for each
Een blok dat dezelfde acties herhaalt voor elk item in een lijst, bijvoorbeeld voor elke bijlage.
Expressie expression
Een kleine formule die iets uitrekent, zoals de datum van vandaag. Je typt expressies via de knop fx naast een veld. De functienamen zijn altijd Engels.
Goedkeuring approval
Een verzoek dat de flow naar iemand stuurt, via Teams en e-mail. De flow wacht op het antwoord en gaat daarna verder.
Tabel in Excel table
Gegevens in Excel die als tabel zijn opgemaakt, met een naam en kopteksten. Power Automate kan alleen rijen uit zo'n tabel lezen.
Uitvoeringsgeschiedenis run history
Het overzicht van alle keren dat je flow heeft gedraaid, met per stap wat er gebeurde. Hier zoek je naar fouten.

Begin met les 1